Paulus zegt dat jij je door de doop in water één hebt gemaakt met Christus. In de doop word je ‘oude leven’ symbolisch met Jezus begraven en sta je met Hem op als een ‘nieuwe schepping’. Je bent opnieuw geboren en God noemt jou zijn geliefde kind. Geestelijk gezien ben je nog maar een pasgeboren baby: kwetsbaar en naakt. Je hebt kleertjes nodig. Je hemelse Vader heeft hier in voorzien. En hoe! Paulus zegt dat je je mag ‘bekleden’ met Christus. Dit is een andere manier om te omschrijven wie je bent in Christus: ‘De doop heeft u allen met Christus verenigd; u hebt Christus aangetrokken als een kledingstuk’ (Galaten 3:27, GN). Jezus is jouw ‘mantel van gerechtigheid’ (Jesaja 61:10). Alleen in Hem ben je in staat om rechtvaardig voor God te staan en te worden aangenomen als zijn kind. Het volgende gebruik helpt je begrijpen hoe God jou ‘in Christus’ heeft geadopteerd.
Soms gebeurt het dat tijdens het lammeren een lammetje sterft en het moederschaap in leven blijft. Anderzijds komt het ook voor dat een moederschaap sterft als zij haar jong ter wereld brengt. Dan blijft haar lam moederziel alleen achter. Een moederloos lam zal het in zijn eentje niet redden. Zo’n ‘weeslam’ heeft een ‘adoptiemoeder’ nodig. De herder weet dat er niemand zo geschikt is als een moederschaap dat net haar lam verloren heeft. Er is echter één probleem: het moederschaap zal een vreemd lam niet accepteren. Het ruikt niet als haar eigen. Eeuwen geleden hebben de herders uit het oosten hier iets op gevonden. Omdat ze niets verloren lieten gaan, werd het lam dat was gestorven gevild. Daarna hulde de herder het moederloos lammetje in de vacht van het gestorven lam om het zo bij de adoptiemoeder te plaatsen. Bekleed met het lam dat gestorven is, zal het moederschaap het weeslam aannemen omdat het nu wel ruikt als haar eigen. Een prachtig beeld van hoe God jou ‘in Christus’ aanneemt als zijn geliefde kind.
Waarschijnlijk had Paulus zo’n lam voor ogen toen hij zei dat jij – als je ‘in Christus’ gedoopt bent – je met Christus bekleed hebt en dat God jou ‘in Christus’ heeft aangenomen als zijn geliefde kind. Bekleed met het Lam kijkt God nu met ogen vol liefde naar jou. Hij heeft jou in zijn armen geborgen. Jij bent zijn prachtigste kind. Daarom schrijft Paulus in zijn brief aan de christengemeente in Rome: ‘Zovelen als er door de Geest van God geleid worden, die zijn kinderen van God. Want u hebt niet de Geest van slavernij ontvangen, die opnieuw tot angst leidt, maar u hebt de Geest van aanneming tot kinderen [letterlijk: ‘de Geest van adoptie’] ontvangen, door wie wij roepen: Abba, Vader!’ (Romeinen 8:14-15, HSV). ‘In Christus’ heeft God jou geadopteerd.42 Je bent niet langer slaaf, maar een zoon in het huis van God.
Jezus is de nieuwe mens
Paulus heeft alle gemeenten onderwezen over wie zij nu zijn ‘in Christus’. Zo schrijft hij aan de gemeente in Efeze: ‘U hebt toch over Hem gehoord? U hebt toch onderricht over Hem gekregen? Door Jezus wordt duidelijk dat u uw vroegere levenswandel moet opgeven en de oude mens, die te gronde gaat aan bedrieglijke begeerten, moet afleggen, dat uw geest en uw denken voortdurend vernieuwd moeten worden en dat de nieuwe mens moet aantrekken, die naar Gods wil geschapen is in waarachtige rechtvaardigheid en heiligheid’ (Efeziërs 4:21-24). Paulus zegt dat jij je ‘oude mens’ moet afleggen en dat je ‘de nieuwe Mens’ moet aantrekken. ‘De oude mens’ is je oude, rebelse, zondige natuur. ‘De nieuwe Mens’ is Jezus Christus zelf! In Romeinen 13:14 leert Paulus: ‘Omkleed u met de Heer Jezus Christus en geef niet toe aan uw eigen wil, die begeerten in u opwekt.’ ‘De nieuwe Mens aantrekken’ is niets anders dan leren ontvangen wat je ‘in Christus’ al hebt gekregen. Je mag leren om vanuit je nieuwe positie ‘in Christus’ te gaan denken en leven. Dan verander je steeds meer naar zijn beeld. Dan ga je zijn gelijkenis dragen en kan God zijn ogen niet van je afhouden.
Jezus is het ‘beste kleed’
Als de verloren zoon thuiskomt bij zijn vader zegt hij: ‘Vader, ik heb gezondigd tegen de hemel en tegen u. Ik ben het niet meer waard uw zoon genoemd te worden.’ Maar de vader zegt tegen zijn knechten: ‘Haal vlug het beste kleed en trek het hem aan. Breng het gemeste kalf en slacht het. Laten we eten en feestvieren, want deze zoon van mij was dood en is weer tot leven gekomen. Hij was verloren en is teruggevonden’ (Lucas 15). God biedt iedere verloren zoon en dochter een onverwoestbare, nieuwe identiteit aan. Christus zelf is ‘het beste kleed’ waarmee jij omkleed kunt worden. Dan ga je in Hem gehuld en gaat je karakter steeds meer op zijn karakter lijken.
Vader God, ik ben geborgen in uw armen.
Wat geeft dat een rust. Dank u wel!
