Meerdere malen hebben ze geprobeerd Jezus te arresteren of te doden. De inwoners van Nazareth, de Joodse leiders, de inwoners van Jeruzalem, de Joodse tempelwacht en zelfs de feestgangers in Jeruzalem. Johannes maakt duidelijk waarom dit niet lukte:
‘Niemand greep Hem, want zijn uur was nog niet gekomen.’ (Johannes 8:20, zie ook: 10:39 en 11:57)
Jezus wist al die tijd dat zijn Vader in de hemel het tijdstip zou bepalen, waarop Hij zich vrijwillig zou overgeven aan de Joodse geestelijke leiders. Jezus heeft vanaf het begin geweten dat Hij buiten de stad Jeruzalem zou sterven aan een kruis, precies op het moment dat binnen de stadsmuren de priester in de tempel het offerlam zou slachten voor de zonde van het volk. Exact op dat moment zou Jezus uitroepen: ‘Het is volbracht!’ Jezus wist wat de profeten over Hem hadden geschreven en dat dit zo zou uitkomen. Hij wist dat Judas Hem verraden zou en dat alle discipelen Hem in de steek zouden laten. Hij wist dat Hij zou worden overgeleverd aan de overpriesters en aan Pontius Pilatus. Hij wist dat Hij bespot, bespuugd, mishandeld, gegeseld en gekruisigd zou worden. Jezus wist alles wat Hem te wachten stond! Hij wist het omdat zijn Vader het Hem had verteld en omdat de profeten hier gedetailleerd over hadden geschreven.
De laatste achttien uur voorspeld
In de Bijbel kunnen we honderden voorspellingen vinden over de geboorte, het leven en sterven van Jezus van Nazareth, die stuk voor stuk zijn uitgekomen. Alle vier evangelieschrijvers verwijzen in hun boeken naar wat er over Jezus is geschreven in het Oude Testament. Ook de gebeurtenissen rond de laatste achttien uur van Jezus’ leven zijn eeuwen van tevoren voorzegd. De belangrijkste twintig voorspellingen rond de laatste achttien uur zijn:
- Het verraad van Judas Iskariot tijdens het laatste avondmaal (Psalm 41:10).
- Het verradersloon dat hij hiervoor ontvangt: dertig zilverstukken (Zacharia 11:12).
- Van dit verradersloon wordt het land van de pottenbakker gekocht (Zacharia 11:13).
- Jezus wordt door al zijn discipelen in de steek gelaten (Zacharia 13:7).
- Er treden valse getuigen tegen Jezus op (Psalm 35:11).
- Jezus’ zwijgen voor de rechters (Jesaja 53:7).
- Jezus wordt gegeseld (Jesaja 50:6).
- Jezus is niet meer om aan te zien (Jesaja 52:14 en 53:2).
- Jezus wordt als een misdadiger tussen misdadigers gestraft (Jesaja 53:12)
- Jezus’ handen en voeten worden doorboord (Psalm 22:17 en Jesaja 53:5).
- Jezus wordt bespot door de omstanders (Psalm 22:8).
- Jezus wordt uitgedaagd om Gods hulp in te roepen (Psalm 22:9).
- Er wordt geloot om Jezus’ kleding (Psalm 22:19).
- Jezus krijgt zure wijn te drinken (Psalm 69:22).
- Duisternis bedekt de aarde (Amos 8:9).
- Jezus wordt door God verlaten (Psalm 22:2).
- Jezus’ hart begeeft het (Psalm 22:15).
- Jezus’ zij wordt doorstoken (Zacharia 12:10).
- De beenderen van Jezus worden niet gebroken (Psalm 34:21).
- Jezus wordt begraven in het graf van een rijke man (Jesaja 53:9).
Jezus geeft zijn leven vrijwillig
Jezus’ sterven aan het kruis is dus niet iets wat Hem per ongeluk is overkomen of dat Hem door anderen werd opgedrongen. Het is niet zo dat Jezus, als één van de vele vrijheidsstrijders in deze wereld, uiteindelijk toch overmeesterd werd en slachtoffer is geworden van zijn eigen pacifistische levensinstelling! Het is niet zo dat het Jezus uiteindelijk allemaal uit de hand is gelopen en dat Hij, net als vele andere grote leiders, door een moordaanslag om het leven is gekomen. Jezus zelf is hier heel duidelijk over geweest:
‘De Vader houdt van Mij, omdat Ik mijn leven geef en het later zal terugnemen. Niemand berooft Mij van het leven; Ik geef het uit eigen vrije wil. Want Ik kan en mag mijn leven geven en het terugnemen. Ik doe dat omdat mijn Vader dat heeft gezegd’ (Johannes 10:17-18, GN).
