Naar aanleiding van de Paasconferentie ‘Het wonder van het kruis’ ontvingen we het volgende, indrukwekkende, getuigenis:

‘Of ik een getuigenis heb over wat er bij de paasconferentie is gebeurd? Daar hoef ik seconde langer over na te denken, want en of ik een getuigenis heb. Ik zat middenin een intensieve behandeling bij de GGZ, maar de behandelaren begonnen de hoop te verliezen. Ik was o.a. gediagnostiseerd met complexe PTSS en was flink weggezakt in een zware depressie. Ik stond op het punt om God vaarwel te zeggen, net als het leven. Mijn leven werd beheerst door mijn trauma klachten (flashbacks, herbelevingen en nachtmerries), ik leefde vanuit de overtuiging dat ik ongewenst en ongeliefd was, maar ook dat de dingen die mij overkomen zijn mijn eigen schuld was. Dit is er dan ook al van heel kleins af aan ingeprent dus ja dan zal het wel waar zijn toch? Ik was de zin in het leven verloren en begreep niet waarom God mij in leven hield. Toen er na de sessie over ‘het wonder van bevrijding’ werd gevraagd welke dingen je wilde herroepen in je leven, kon ik zelf niet bij de kern komen. Ik mocht dit niet uitspreken, ik mocht er niet over praten en andere mochten hier niet van af weten. Uiteindelijk kon ik met hulp van het gebedsteam bij God komen en kon ik de kernpunten herroepen. Op dat moment heeft er zowel bevrijding als genezing plaatsgevonden in een mate waar ik niet van had durven dromen. God heeft mij bevrijd van mijn trauma klachten, ik ben van mijn medicatie af, ik ben vrij van zelfbeschadiging, vrij van de doodswens en depressie en ben ik weer aan het leven! God sprak dat ik mocht stoppen met mijn GGZ-behandeling, maar Heer hoe ga ik dat mijn behandelaren kunnen vertellen is wat ik die avond bad. Die dag daarna had ik een gesprek met mijn regiebehandelaar, want we zouden gaan bespreken of deze behandeling nog wel voldoende was. Dit nam een andere wending op het moment dat ze mij vroeg: ‘’wat is er gebeurd, er lijkt een heel ander persoon tegenover me te zitten.’’ Ik getuigde over wat God gedaan had, ze zat letterlijk met open mond te luisteren noemde het een ‘wonderbaarlijke genezing’. Als niet christen zijnde sloeg ze toch aardig de spijker op z’n kop. Ze moest tot de conclusie komen dat het misschien wel beter zou zijn als ik zou stoppen met mijn behandeling, zulke intensieve therapie had ik niet meer nodig. Zei ze dat nou echt? Ik nam de sprong het diepe in en nam afscheid van mijn therapie groep en de behandelaren. Het voelt nog steeds onwennig en spannend, maar ik voel me enthousiast. Ik mag weer leven, maar bovenal ik mag weer leven samen met Jezus!’